Marktwerking in publieke sector

Marktwerking in publieke sector

Marktwerking wordt gezien als de heilige graal als het gaat om het optimaliseren van de bedrijfsvoering. In de zakelijke wereld is dat al decennia gemeengoed. Maar ook in de publieke sector wordt het al jarenlang verheiligd. Persoonlijk denk ik dat de nadelen te weinig aandacht krijgen, vandaar dat ik in deze blog een paar nadelen wil adresseren.

De Groeidoctrine
De eerste is de noodzaak om te groeien. Het is algemeen aanvaard dat een bedrijf alleen succesvol is als het regelmatig voldoende groeit. Maar hoe is dat te rijmen met doelstellingen om te besparen?

De discussie over het PGB heeft me gewezen op deze situatie in de gezondheidszorg. Een van de doelstellingen van het invoeren van het PGB was om de vraag naar ‘reguliere’ zorg te verminderen. Een dusdanig nobel streven dat het PGB nu aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Want wat is het geval? Er wordt inderdaad veel meer persoonlijke zorg zelf georganiseerd, maar de vraag naar reguliere zorg is niet verminderd. Volgens mij komt dat omdat die ‘reguliere’ zorginstellingen door de marktwerking hun eigen groeidoelstellingen ‘moeten’ halen (zie bv VUMC of positionering van scholen). Het wordt voor iedere individuele instelling gezien als ‘verlies’ als hun aanbod zou verminderen. Welke weldenkende directeur zou vrijwillig minder willen verdienen om te besparen op de kosten van ‘zijn’ instelling? Want vaak is zijn of haar inkomen direct gekoppeld aan de omvang van de instelling. Nog zo’n raar gevolg van die zo overgewaardeerde Marktwerking!

De Managementpiramide
Een tweede nadeel van de marktwerking in de publieke sector is, wat ik noem, de managementpyramide. Dit is een gevolg van de schaalgrootte die volgens de marktwerking-goeroes als ultieme bespaarmethode wordt gepropageerd. Natuurlijk is het zo dat je met een grotere inkoop kunt besparen op de kosten van die inkoop. Maar hoe zit het met de managementlagen in de nieuwe organisatie?

Vaak wordt schaalgrootte behaald door een fusie van een aantal instellingen (school, ziekenhuis, verzorghuis, etc). Maar denk je nu echt dat het aantal managers in de nieuwe organisatie minder wordt? Volgens mij is het zo dat de ‘oude’ directeur van iedere individuele instelling behouden blijft als ‘locatiemanager’ van de betreffende instelling. Deze locatiemanager zou misschien iets minder kunnen verdienen dan voorheen als directeur, maar die besparing wordt meer dan teniet gedaan door de aanstelling van de nieuwe managementlaag die nodig is om de co√∂rdinatie van de gefuseerde instellingen te managen. En omdat het totaal aantal medewerkers en klanten van de nieuwe organisatie zoveel groter is, schijnt het gerechtvaardigd te zijn om daar grote sommen geld voor te reserveren.

Ik geef meteen toe dat de hierboven genoemde redeneringen gebaseerd zijn op mijn eigen persoonlijke ‘gezonde’ verstand. Maar ik daag iedereen uit om het tegendeel te bewijzen! En ook nog meer nadelen zijn welkom als reactie op deze blog.

Wat mij betreft is de marktwerking in de publieke sector volkomen misplaatst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Get Adobe Flash player