Archief van
Tag: filosofie

Einstein en het PGB

Einstein en het PGB

Einstein was een genie. Daar zijn we het allemaal over eens. Hij heeft de Relativiteitstheorie uitgevonden en daarnaast een groot aantal andere verstandige uitspraken gedaan. Degene die me tegenwoordig het meest raakt is de volgende:

Vrij vertaald:

Iedereen is een genie. Maar als je een vis beoordeelt naar zijn mogelijkheden om in bomen te klimmen, zal hij zijn hele leven geloven dat ie stom is.

Wat Einstein hier volgens mij mee bedoelt, is dat niet iedereen hetzelfde kan bereiken. Ieder individu heeft zijn of haar eigen kwaliteiten en mogelijkheden. De een heeft bijvoorbeeld een geweldig zangtalent, terwijl een ander heel goed kan hardlopen. Weer een ander heeft zijn of haar talent gevonden als verpleegkundige in een ziekenhuis. Wélk talent iemand heeft, is echter slechts een van de aspecten die hier een rol spelen. Een ander aspect is hóe goed het betreffende talent is. Sommige zangers zijn beter dan andere, niet iedereen kan hard genoeg lopen om mee te kunnen doen aan de Olympische Spelen (en zelfs daar kan er slechts 1 de gouden plak winnen).

Een derde aspect, en minstens zo belangrijk, is de waardering van de maatschappij voor de betreffende talenten. Een goede zanger wordt vaak beter betaald dan een goede verpleegkundige. En dan is het ook nog zo dat er op de wereld ook nog verschillende maatschappijen zijn met verschillende waarderingen voor hetzelfde talent. In Rusland staat een goede verpleegkundige in hoger aanzien dan hier in Nederland. En een (misschien) laatste aspect is in hoeverre iemand met alle andere omstandigheden in staat is om zijn of haar talent te gelde te maken. Kijk naar Ben Saunders, in hoeverre had hij met zijn uiterlijk zijn zangtalent kunnen benutten als er geen “Voice of Holland” was geweest?

Alles goed en wel, maar wat heeft dit alles te maken met het PGB?
Nou, alles dus. Want niet iedereen heeft de mogelijkheden om miljonair te worden. Hoe goed die ook zijn best doet. En onvoldoende talent is dan nog de minst belangrijke. Natuurlijk hoeft niet iedereen miljonair te worden, maar voor een aantal mensen ligt de lat van een redelijke levensstandaard al veel te hoog.

Kijk naar iemand met MS. Dat is een ziekte waarvan op een gegeven moment plotseling kan worden vastgesteld dat je die hebt. Of je die wel of niet krijgt, kun je zelf helemaal niets aan doen. Nou, bij zo’n diagnose valt je toekomstbeeld opeens in duigen. Je lichaam doet het niet meer helemaal zoals je zou willen. Maar de grootste belemmering is wellicht nog wel het gebrek aan energie. Je kunt dan nog zoveel talent hebben, als je dat maar een uurtje per dag kunt inzetten, levert dat niet zo veel op.

Kortom, iedereen heeft zo zijn eigen (on)mogelijkheden om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. En het PGB (zie ook de site van Per Saldo) is destijds dus in het leven geroepen om mensen met een beperking in staat te stellen de regie in eigen hand te houden. Ofwel, het PGB voorkomt dat die mensen dan denken dat ze in bomen moeten kunnen klimmen.

Bij het zoeken naar een plaatje bij de quote van Einstein vond ik een foto van een “Giant Mudskipper”. Ziet er raar uit, een vis die in een boom klimt. Toch schijnt het voor te komen. Het is een vrij zeldzame soort vis die daadwerkelijk in staat is om uit het water te komen en een boom te beklimmen.
Eerst dacht ik: “Bah, daar gaat mijn stelling!”. Maar later dacht ik dat dit juist een geweldig voorbeeld is hoe tegenwoordig de discussie gevoerd wordt. Zodra er namelijk een tegenvoorbeeld gevonden wordt (zoals deze vis), wordt de hele stelling verworpen. Ik hoop dat het met deze stelling duidelijk is dat dat niet altijd op gaat. Ook al is er 1 boomklimmende vissoort, voor de overige miljoenen vissoorten blijft het klimmen in bomen onmogelijk!

Dus ook al zijn er voorbeelden van mensen die het ondanks hun handicap prima voor elkaar hebben, voor de meerderheid geldt dat nog steeds niet!

Vrijheid: Rechten én Plichten

Vrijheid: Rechten én Plichten

Het is al vaak verteld, iedereen klaagt erover. Bij het recht op vrijheid (krijgen) hoort ook de plicht tot vrijheid (geven). Vandaag maakte ik het weer mee. En nu eens niet bij die “jeugd van tegenwoordig” maar bij, over het algemeen, “gerespecteerde ouderen”.

Wat was het geval. Zoals wel vaker, deed ik op zaterdagochtend boodschappen. Ik hou er al een beetje rekening mee dat ik niet op het drukste moment ga maar als de piek voorbij is. Desondanks zijn er dan toch nog een behoorlijk aantal mensen in de supermarkt. En ik vind dat we dan met zijn allen rekening moeten houden met elkaar. Iemand die niet zo snel is, moet je wat ruimte geven om zijn of haar spulletjes te verzamelen. Aan de andere kant vind ik ook dat je iemand die wat sneller is ook de ruimte moet geven. Op die manier kunnen we met elkaar de boel leefbaar houden.

Dus waar ik me vandaag aan stoorde waren twee ‘ouderen’ die niet zo snel zijn maar het wel wagen om opmerkingen te maken: “Moet je persé voor gaan?”. Kan ik het helpen dat ik wat sneller ben? Ik zat al drie gangpaden ‘vast’ achter die dame die op haar gemak, midden in het gangpad, ook op weg bleek te zijn naar de kassa. “Prima als u alle tijd hebt, ik zou er graag langs willen. En als u links of rechts in het gangpad gaat lopen, kan ik er ‘gewoon’ langs, zonder ‘voor te dringen’.” Maar als ik dat soort opmerkingen maak, vinden ze dat ze “het recht hebben” om langzaam te lopen. Prima, dat recht hebben ze inderdaad, net zoals ik het recht heb om sneller te lopen. En als we rekening houden met elkaar, hoeft dat niet te botsen! Want ik vind dat niemand “het recht heeft” om een ander in zijn of haar vrijheid te beperken. Zeker niet als het, zoals in dit geval, ook niet nodig is.

Kortom: Vrijheid heeft zo zijn grenzen!

Taboe of vrijheid?

Taboe of vrijheid?

Eigenlijk moet ik de gemeenschap dankbaar zijn dat ze de Arondéuslezing van Thomas von der Dunk heeft verboden. Was dat niet gebeurd, dan had ik er waarschijnlijk niet eens van gehoord of gelezen. En dat terwijl de inhoud zo treffend is.

De lezing met als titel “Het nieuwe taboe op de oorlog” schijnt afgelast te zijn omdat de tekst te partijpolitiek van aard zou zijn en de PVV teveel op de hak zou worden genomen. Met deze veroordeling wordt echter meteen bewezen hoe waar de inhoud van de lezing is.

In een vorig jaar uitgegeven boek getiteld “De eeuwige terugkeer van het fascisme“, heeft Rob Riemen eerder al vergelijkingen getrokken tussen de huidige Nederlandse samenleving en de cultuurgeschiedenis van het fascisme. Ook deze uitgave werd enorm bekritiseerd.

Het wezenlijke verschil tussen wat ik van Riemen weet en wat ik in de lezing van Von der Dunk gelezen heb, zit in het onderwerp en de inhoud. Daar waar je nog kritiek kunt hebben op de vergelijkingen van Riemen, bespreekt Von der Dunk het taboe om zelfs maar over dit soort onderwerpen te spreken. En in een tolerant land als het onze, had ik toch beter verwacht. Of je het nu wel of niet eens bent met de inhoud, ik dacht dat we hier de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel hadden staan. Maar zelfs Femke Halsema, toch niet de eerste de beste, veroordeelt de lezing op twitter.

In de lezing van Von der Dunk staat ook een bijzin die echter meer aandacht verdient. Hij zegt namelijk: “ – een vergelij­king is overigens geen gelijk­stelling – “. Ik denk dat veel van de mensen die kritiek leveren, dit genuanceerde onderscheid niet kunnen maken.

In de Volkskrant tenslotte stond de zaterdag voor Pasen nog een interessante opinie van Meindert Fennema: “Alarmbellen gingen vaak niet af“. Als er te vaak vals alarm gegeven wordt, wordt de uiteindelijk terechte waarschuwing niet gehoord.

Ik hoop van ganser harte dat we achteraf kunnen zeggen dat ook deze waarschuwing een vals alarm is geweest, maar vrees het ergste…

William Arntz – What the Bleep do we know!?

William Arntz – What the Bleep do we know!?

Het boek “What the Bleep do we know!?” is onderdeel van een geheel waarin ook een website en een film gemaakt is.

In dit boek worden een aantal grote vragen en mysterieuze aspecten van het leven besproken. Vragen als “Wat is de zin en het doel van mijn leven?“. Niet dat alle antwoorden gegeven worden, daarvoor zijn de vragen te groot. Maar het boek geeft wel een aantal indrukwekkende voorbeelden van dingen die we al wel weten. En daarnaast ook richtingen waarin de antwoorden dan gezocht kunnen worden.

Om aan te geven dat je als lezer open moet staan voor de gepresenteerde gedachten, wordt het volgende citaat gegeven:

Een professor bezocht zenmeester Nan-in om hem vragen te stellen over zen. Maar in plaats van naar de meester te luisteren, ging de geleerde maar door over zijn eigen ideeën.
Na een tijdje geluisterd te hebben, serveerde Nan-in de thee. Hij schonk het kopje van zijn bezoeker vol, en ging toen door met schenken. De thee stroomde over de randen van het kopje, vulde het schoteltje en liep op de broek van de man en op de grond.
‘Ziet u niet dat het kopje vol is?’ barstte de professor uit. ‘Er kan niets meer bij!’
‘Precies,’ antwoordde Nan-in kalm. ‘En net als dit kopje, bent u vol van uw eigen ideeën en meningen. Hoe kan ik u laten zien wat zen is als u niet eerst uw eigen kopje leegdrinkt?’

Ik denk dat dit verhaal wel goed weergeeft waar we in onze huidige maatschappij last van hebben. Heel veel mensen zijn overtuigd van hun eigen gelijk en staan niet meer open voor andere ideeën. Tijdens een debat-training hoorde ik de docent verklaren dat je een debat niet zozeer voert om je tegenstander te overtuigen, die zit vaak vast in zijn eigen verhaal. Nee, het debat is bedoeld om de twijfelende toehoorder aan jouw kant te krijgen. Dit zie je het sterkst voorkomen in de politiek. En dan met name tijdens de verkiezingsdebatten. De partijleiders hebben hun eigen idealen, verhalen, one-liners. En met de debatten proberen ze alleen de ‘zwevende kiezer’ over te halen op hem of haar te stemmen. Jammer dat de persoon met de grootste mond of de slimste opmerking het debat ‘wint’. Het gaat allang niet meer over de inhoud van de argumenten.

Terug naar het boek. Persoonlijk vind ik het boek beter dan de film, de website heb ik (nog) niet zo goed bekeken. Zoals zo vaak bij boeken die verfilmd worden, is de diepgang van de film veel minder. In een boek is het mogelijk om meer informatie te delen, te vertellen over de gedachten van iemand. Zo ook in dit boek.

Wat mij het meest is bijgebleven van dit boek, is de verklaring over de ‘vrije wil’. Tegenwoordig zijn er steeds meer mensen (ook geleerden), die beweren dat de mens geen vrije wil heeft. Argumenten zijn bv. omdat die niet aangetoond kan worden of omdat men denkt dat alle denkprocessen deterministisch bepaald kunnen worden door de fysieke eigenschappen van het brein. In het boek geeft men een, in mijn ogen rationele, verklaring over de onzin van het laatste argument. Hierbij wordt de kwantummechanica erbij gehaald: “Een waarneming wordt beïnvloed door de waarnemer“. Ofwel, de persoon en de manier van kijken bepaalt wat er te zien is. Vrij vertaald kun je dit ook lezen als een ‘vrije wil’: “Als je wilt dat iets gebeurt, hoef je er alleen maar op de ‘goede’ manier naar te kijken“.

Ik weet dat dit nogal raar klinkt, maar volgens mij zit er veel in. Er is meer tussen hemel en aarde dan we nu weten. Terwijl ik dit schrijf, moet ik denken aan een college filosofie tijdens mijn studie Informatica. De vraag was: “Is het in de toekomst ooit mogelijk dat er een computer gemaakt wordt die het menselijk brein kan evenaren?”. Een van de argumenten vóór was: “Het brein is slechts een stapel moleculen; wel heel veel, maar toch”. En als we een computer bouwen waarin elk molecuul met zijn eigenschappen wordt nagebouwd, hebben we ‘dus’ een computer die het brein nabootst. Mijn intuïtie zegt me echter dat het nooit mogelijk zal zijn om een menselijk brein na te bouwen. Ik moet er niet aan denken dat er machines zijn die een eigen ‘vrije wil’ hebben. Daarvoor heb ik te veel boeken gelezen over de robotverhalen van Asimov.

Wetenschap is ook een geloof

Wetenschap is ook een geloof

De discussie over geloof en meningen blijft maar doorgaan. Vandaag in het Reformatorisch Dagblad weer een reactie van een hervormd predikant in Sliedrecht: “Geloof is meer dan een mening“. Hij reageerde op het stuk met de titel ”Wat doet God met mijn belastingformulier?” waarin Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestein (PvdA) op 7 maart jl. in de Volkskrant betoogden dat het maar eens afgelopen moet zijn met de bevoorrechting in de wetgeving van gelovigen en op geloof gebaseerde instellingen.

Allereerst maar eens een paar definities uit de Van Dale:

  • Mening:
    de; v -en manier waarop men over een bep. zaak denkt
  • Feit:
    het; o -en 1 daad, handeling 2 gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat: in ~e feitelijk
  • Geloof:
    het; o -loven 1 het vertrouwen in de waarheid van iets 2 een vast en innig vertrouwen op God 3 godsdienst
  • Geloven:
    geloofde, h geloofd 1 vast vertrouwen in het bestaan van iem of iets: ~ in (of: aan) God 2 voor waar houden op het gezag ve ander 3 menen, denken: ik geloof dat hij ziek is 4 een godsdienst aanhangen || eraan moeten ~aiets onaangenaams moeten ondergaan; b) vernield worden; hij gelooft het wel maakt zich geen zorgen
  • Overtuiging:
    de; v 1 het overtuigen 2 sterk gevoel vd waarheid of valsheid ve zaak 3 -en datgene waarvan iem overtuigd is

Als we naar deze definities kijken, valt me op dat alleen bij feit staat dat dit iets beschrijft waarvan de werkelijkheid vaststaat. De overige genoemde definities hebben het over denken, vertrouwen, voelen. Dit komt heel mooi tot uiting in de woordkeus van de predikant: “Het innerlijke godsbesef dat elk mens heeft is voldoende waarborg om in God te geloven.”.

Als het waar zou zijn dat dat “geloof in God” een universele waarheid zou zijn, waarom zijn er dan zoveel verschillende religies? Wijkt het geloof in een christelijke God zoveel af van het geloof in de verschillende goden van het Boeddhisme? Vroeger geloofde men dat de aarde plat was, sommige geloofden zelfs dat je er vanaf kon vallen. Dit geloof is pas verlaten toen men ‘wetenschappelijk’ kon aantonen dat de aarde rond was.

De discussie doet me ook denken aan een debat wat ik bij mocht wonen, inmiddels al weer een flink aantal jaren geleden. In dit debat stond een goede vriend van me in Amsterdam voor een zaal vol studenten van een christelijke studentenvereniging. Nu is mijn atheïstische vriend behoorlijk christelijk opgevoed en hij stond dus wel zijn mannetje. Het bleek dat er in een debat met een gelovige eigenlijk geen rationele argumenten zijn. Datgene waar de gelovige in gelooft is noch aan te tonen noch te ontkrachten. En wat me het meest is bijgebleven, is dat dit ook geldt voor de wetenschap. Een klein aantal wetenschappers is weliswaar in staat om op zijn of haar eigen terrein te bewijzen dat bepaalde beweringen waar zijn. Voor het overgrote deel van de mensheid blijft staan dat een groot aantal beweringen maar voor waar moet worden aangenomen. “Men moet de wetenschapper maar geloven“.

In onze huidige maatschappij dringt dit besef steeds meer door. Er zijn steeds meer mensen die niet meer ‘geloven’ in de wetenschap. Laatst nog was er een fraai staaltje hiervan te zien in de Tweede Kamer. Lilian Helder, PVV-woordvoerder op het terrein van veiligheid en justitie, liet blijken dat ze moeite heeft met statistiek: “Maar je kan persoon A en persoon B toch niet met elkaar vergelijken?“. Ze nam de wetenschappelijke rapporten slechts aan ter kennisgeving.

Op deze manier bezien kan de discussie wellicht beslecht worden met de constatering: “Wetenschap is ook een geloof!”

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

In verschillende stukken wordt inmiddels volop stelling genomen over hoofddoekjes, geloof en staat.

Het begon met de vraag Wat doet God met mijn belastingformulier?
Dit opiniestuk van Thijs Kleinpaste (raadslid voor D66 in Amsterdam Centrum) en Marcel Duyvestijn (liefdevol lid van de PvdA) verscheen maandag 7 maart in De Volkskrant. Daarna zijn er verschillende reacties geweest. Onder andere in Trouw, waar Lex Oomkes het heeft over: “Het eeuwige misverstand over geloof en staat“.

In een interview met dagblad De Pers uitte Tweede Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert van de VVD kritiek over vrouwen met hoofddoekjes. Zij wil dat medewerkers van het stadhuis geen hoofddoekjes of andere religieuze symbolen dragen. Stef Blok, de fractieleider van de VVD, reageerde in een stuk met als titel “ik draai vooral aan de economische knop“. Een veel relevantere uitspraak van hem in datzelfde stuk was echter de volgende: ‘Over het algemeen is kledingkeuze vrij in Nederland, maar de consequenties daarvan ook. Als je in een roze trainingspak bij een bank wilt solliciteren dan mag dat, maar slim is het niet’.

Ofwel, de discussie moet gaan over keuze vrijheid. Bij een van mijn vorige werkgevers gold een strenge dresscode: mannen moesten in pak. Een combinatie was niet toegestaan, broek en jasje moesten uit dezelfde stof bestaan. Onder andere deze duidelijke richtlijn leidde er toe dat dit bedrijf voorkwam in de top-10 van bedrijven waar je niet voor wilde werken. Maar tegelijkertijd ook in de top-10 van bedrijven waar je wel voor wilde werken. Blijkbaar creëerde dit beleid dus een sterk merk, men wist waar men aan toe was. Maar men had ook keuze, als werknemer kon je weliswaar niet kiezen, maar als je je niet wilde conformeren, dan koos je er duidelijk voor om ergens anders te gaan werken. En de klanten van dat bedrijf hadden ook die keuze.

Voor een overheidsinstelling is dat wat lastiger. Als burger ben ik namelijk gedwongen om voor bepaalde diensten bij bepaalde overheidsinstellingen langs te gaan. Hoe kan die keuze dan wel vorm worden gegeven? Ik vind de overheid te groot om voor alle instellingen een strenge dress code voor te schrijven. Het hiervoor beschreven bedrijf is inmiddels gefuseerd, maar had daarvoor de strenge dress code al los gelaten. Als werknemer (ambtenaar) moet je dus een bepaalde keuzevrijheid kunnen hebben in je kledingkeuze (even afgezien van uniformen zoals bij politie of brandweer e.d.). Daar horen wat mij betreft ook religieuze uitingen bij, van welke religie dan ook.

Maar die burger dan? Die heeft toch ook bepaalde rechten? Natuurlijk! Wat mij betreft kan zich dat in die overheidsinstellingen het beste uiten door de klant (de burger) de vrijheid te geven om al dan niet zaken te doen met bepaalde ambtenaren. Als iemand zich niet op zijn gemak voelt bij een vrouw met hoofddoekje, zou die burger door een andere ambtenaar geholpen moeten kunnen worden. Ik vind dit vergelijkbaar met de situatie waarin een vrouwelijke verdachte gefouilleerd wordt door een vrouwelijke agent. Of dat je in een ziekenhuis de vrijheid hebt om zelf te kiezen door welke specialist je geholpen wilt worden. Als religieuze uitingen daar voor jou een rol in spelen, moet je die afweging kunnen maken.

Op deze manier denk ik dat we iedereen in zijn of haar waarde kunnen laten. Als iemand recht heeft op een alternatief vanwege zijn of haar religie, heeft iemand zonder religie dan niet datzelfde recht?

Veiligheid of privacy?

Veiligheid of privacy?

Sinds 9/11 zijn overheden bezig om ons, burgers, een gevoel van onveiligheid aan te praten. Om vervolgens allerlei maatregelen te treffen om dat gevoel dan weer te pareren.

De laatste proefballon is gepresenteerd door Korpschef Frank Paauw van de politie Rotterdam-Rijnmond die voorstelt dat alle Nederlanders hun DNA moeten afstaan.

Nu zijn er al verschillende reacties gegeven, bijvoorbeeld door Karin Spaink of, al in 2004, de redactie van Politiek Digitaal.

Naast alle reacties die refereren aan de legaliteit van deze proefballon zou ik ook mijn steentje willen bijdragen.

Beveiliging via biometrie is niet alleen gevaarlijk voor onze persoonlijke vrijheid, het is ook gevaarlijk vanwege de mogelijkheid van identiteitsdiefstal en –fraude. Een DNA-sample kan eenvoudig worden meegenomen en misbruikt door iemand die er kwaad mee wil. Daarnaast, als een wachtwoord gekraakt wordt, kun je dat relatief eenvoudig wijzigen. Met een DNA-profiel is dat onmogelijk, het is immers persoonlijk. Bovendien is het ook relatief eenvoudig om de technische biometrie apparatuur na te maken en te misbruiken. Denk hierbij aan vingerprint- of iris-scanners. Mede door dit soort issues is men zelfs een online petitie gestart, misschien kun je deze nog tekenen.

Kortom, de enige industrie waar dit soort technologie succesvol is toegepast, lijkt de filmwereld in Hollywood. Een voorbeeld van een film die deze identiteitsmisbruik duidelijk maakt is “The Net” waarin Sandra Bullock haar identiteit kwijtraakt. En probeer dan nog maar eens aan te tonen dat je wel degelijk bestaat!

Edith Hagenaar – Licht Leven

Edith Hagenaar – Licht Leven

Holisme is een begrip wat moeilijk is uit te leggen, maar in dit kleine boekje geeft Edith Hagenaar een mooi inzicht in de belangrijkste kernwaarden (zie ook haar website). Denk hierbij aan een verlichte interpretatie van begrippen als waarheid, groei, uniek-zijn, zingeving. Holisme lijkt op een religie, maar is dat niet. Het neemt de goede eigenschappen van verschillende religies zonder hun respectieve profeten of geschriften op een voetstuk te plaatsen.

Lees Meer Lees Meer

Get Adobe Flash player