Archief van
Tag: God

Wetenschap is ook een geloof

Wetenschap is ook een geloof

De discussie over geloof en meningen blijft maar doorgaan. Vandaag in het Reformatorisch Dagblad weer een reactie van een hervormd predikant in Sliedrecht: “Geloof is meer dan een mening“. Hij reageerde op het stuk met de titel ”Wat doet God met mijn belastingformulier?” waarin Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestein (PvdA) op 7 maart jl. in de Volkskrant betoogden dat het maar eens afgelopen moet zijn met de bevoorrechting in de wetgeving van gelovigen en op geloof gebaseerde instellingen.

Allereerst maar eens een paar definities uit de Van Dale:

  • Mening:
    de; v -en manier waarop men over een bep. zaak denkt
  • Feit:
    het; o -en 1 daad, handeling 2 gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat: in ~e feitelijk
  • Geloof:
    het; o -loven 1 het vertrouwen in de waarheid van iets 2 een vast en innig vertrouwen op God 3 godsdienst
  • Geloven:
    geloofde, h geloofd 1 vast vertrouwen in het bestaan van iem of iets: ~ in (of: aan) God 2 voor waar houden op het gezag ve ander 3 menen, denken: ik geloof dat hij ziek is 4 een godsdienst aanhangen || eraan moeten ~aiets onaangenaams moeten ondergaan; b) vernield worden; hij gelooft het wel maakt zich geen zorgen
  • Overtuiging:
    de; v 1 het overtuigen 2 sterk gevoel vd waarheid of valsheid ve zaak 3 -en datgene waarvan iem overtuigd is

Als we naar deze definities kijken, valt me op dat alleen bij feit staat dat dit iets beschrijft waarvan de werkelijkheid vaststaat. De overige genoemde definities hebben het over denken, vertrouwen, voelen. Dit komt heel mooi tot uiting in de woordkeus van de predikant: “Het innerlijke godsbesef dat elk mens heeft is voldoende waarborg om in God te geloven.”.

Als het waar zou zijn dat dat “geloof in God” een universele waarheid zou zijn, waarom zijn er dan zoveel verschillende religies? Wijkt het geloof in een christelijke God zoveel af van het geloof in de verschillende goden van het Boeddhisme? Vroeger geloofde men dat de aarde plat was, sommige geloofden zelfs dat je er vanaf kon vallen. Dit geloof is pas verlaten toen men ‘wetenschappelijk’ kon aantonen dat de aarde rond was.

De discussie doet me ook denken aan een debat wat ik bij mocht wonen, inmiddels al weer een flink aantal jaren geleden. In dit debat stond een goede vriend van me in Amsterdam voor een zaal vol studenten van een christelijke studentenvereniging. Nu is mijn atheïstische vriend behoorlijk christelijk opgevoed en hij stond dus wel zijn mannetje. Het bleek dat er in een debat met een gelovige eigenlijk geen rationele argumenten zijn. Datgene waar de gelovige in gelooft is noch aan te tonen noch te ontkrachten. En wat me het meest is bijgebleven, is dat dit ook geldt voor de wetenschap. Een klein aantal wetenschappers is weliswaar in staat om op zijn of haar eigen terrein te bewijzen dat bepaalde beweringen waar zijn. Voor het overgrote deel van de mensheid blijft staan dat een groot aantal beweringen maar voor waar moet worden aangenomen. “Men moet de wetenschapper maar geloven“.

In onze huidige maatschappij dringt dit besef steeds meer door. Er zijn steeds meer mensen die niet meer ‘geloven’ in de wetenschap. Laatst nog was er een fraai staaltje hiervan te zien in de Tweede Kamer. Lilian Helder, PVV-woordvoerder op het terrein van veiligheid en justitie, liet blijken dat ze moeite heeft met statistiek: “Maar je kan persoon A en persoon B toch niet met elkaar vergelijken?“. Ze nam de wetenschappelijke rapporten slechts aan ter kennisgeving.

Op deze manier bezien kan de discussie wellicht beslecht worden met de constatering: “Wetenschap is ook een geloof!”

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

In verschillende stukken wordt inmiddels volop stelling genomen over hoofddoekjes, geloof en staat.

Het begon met de vraag Wat doet God met mijn belastingformulier?
Dit opiniestuk van Thijs Kleinpaste (raadslid voor D66 in Amsterdam Centrum) en Marcel Duyvestijn (liefdevol lid van de PvdA) verscheen maandag 7 maart in De Volkskrant. Daarna zijn er verschillende reacties geweest. Onder andere in Trouw, waar Lex Oomkes het heeft over: “Het eeuwige misverstand over geloof en staat“.

In een interview met dagblad De Pers uitte Tweede Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert van de VVD kritiek over vrouwen met hoofddoekjes. Zij wil dat medewerkers van het stadhuis geen hoofddoekjes of andere religieuze symbolen dragen. Stef Blok, de fractieleider van de VVD, reageerde in een stuk met als titel “ik draai vooral aan de economische knop“. Een veel relevantere uitspraak van hem in datzelfde stuk was echter de volgende: ‘Over het algemeen is kledingkeuze vrij in Nederland, maar de consequenties daarvan ook. Als je in een roze trainingspak bij een bank wilt solliciteren dan mag dat, maar slim is het niet’.

Ofwel, de discussie moet gaan over keuze vrijheid. Bij een van mijn vorige werkgevers gold een strenge dresscode: mannen moesten in pak. Een combinatie was niet toegestaan, broek en jasje moesten uit dezelfde stof bestaan. Onder andere deze duidelijke richtlijn leidde er toe dat dit bedrijf voorkwam in de top-10 van bedrijven waar je niet voor wilde werken. Maar tegelijkertijd ook in de top-10 van bedrijven waar je wel voor wilde werken. Blijkbaar creëerde dit beleid dus een sterk merk, men wist waar men aan toe was. Maar men had ook keuze, als werknemer kon je weliswaar niet kiezen, maar als je je niet wilde conformeren, dan koos je er duidelijk voor om ergens anders te gaan werken. En de klanten van dat bedrijf hadden ook die keuze.

Voor een overheidsinstelling is dat wat lastiger. Als burger ben ik namelijk gedwongen om voor bepaalde diensten bij bepaalde overheidsinstellingen langs te gaan. Hoe kan die keuze dan wel vorm worden gegeven? Ik vind de overheid te groot om voor alle instellingen een strenge dress code voor te schrijven. Het hiervoor beschreven bedrijf is inmiddels gefuseerd, maar had daarvoor de strenge dress code al los gelaten. Als werknemer (ambtenaar) moet je dus een bepaalde keuzevrijheid kunnen hebben in je kledingkeuze (even afgezien van uniformen zoals bij politie of brandweer e.d.). Daar horen wat mij betreft ook religieuze uitingen bij, van welke religie dan ook.

Maar die burger dan? Die heeft toch ook bepaalde rechten? Natuurlijk! Wat mij betreft kan zich dat in die overheidsinstellingen het beste uiten door de klant (de burger) de vrijheid te geven om al dan niet zaken te doen met bepaalde ambtenaren. Als iemand zich niet op zijn gemak voelt bij een vrouw met hoofddoekje, zou die burger door een andere ambtenaar geholpen moeten kunnen worden. Ik vind dit vergelijkbaar met de situatie waarin een vrouwelijke verdachte gefouilleerd wordt door een vrouwelijke agent. Of dat je in een ziekenhuis de vrijheid hebt om zelf te kiezen door welke specialist je geholpen wilt worden. Als religieuze uitingen daar voor jou een rol in spelen, moet je die afweging kunnen maken.

Op deze manier denk ik dat we iedereen in zijn of haar waarde kunnen laten. Als iemand recht heeft op een alternatief vanwege zijn of haar religie, heeft iemand zonder religie dan niet datzelfde recht?

Get Adobe Flash player