Archief van
Tag: kwaliteit

PGB duur?

PGB duur?

Het blijkt toch lastiger dan ik dacht: uitleggen waarom het PGB goedkoper is dan ZIN (Zorg in Natura). Vandaar dat ik dat hier een keer duidelijk probeer uit te leggen zodat ik in het vervolg iets heb om naar te verwijzen.

Het belangrijkste verschil in prijs zit in de volgende aspecten:

  1. Administratie
    Iedere PGB-houder moet zelf de administratie voeren om zijn of haar PGB te kunnen behouden. Met deze administratie verantwoordt de PGB-houder ieder uur van ingekochte zorg. De persoon die de PGB-zorg levert, moet vervolgens alle uitbetaalde uren opgeven als inkomen bij de belasting, ook allemaal ‘eigen verantwoordelijkheid’. Een ZIN-leverende zorginstelling heeft hier vaak aparte medewerkers voor in dienst die deze administratie niet voor niets doen.
  2. Management of planning
    De PGB-houder regelt zelf wie wanneer zorg komt leveren. Daar worden directe en persoonlijke afspraken over gemaakt met de zorg-leverende. Bij de ZIN instellingen zijn hier vaak duur-betaalde managers voor nodig. Ook is het dan maar afwachten wie wanneer beschikbaar is. Bovendien is een ZIN-uur buiten ‘kantoortijden’ vaak duurder dan een PGB-uur.
  3. Kantoren
    De PGB-houder regelt alle zaken vanuit huis, slaat daar de administratie op en ontvangt de zorg. De ZIN-medewerkers die hierboven genoemd zijn, doen dat niet vanuit huis. Nee, voor de ZIN instellingen zijn vaak dure kantoorgebouwen nodig voor de veeleisende managers en administratief medewerkers.

Om de kosten van deze overhead wat inzichtelijker te maken wil ik ook nog wat persoonlijke ervaringen delen. Omdat mijn vrouw namelijk MS heeft (niet zelf-gekozen…), hadden we recht op ondersteuning. Dat hebben we een tijdje geprobeerd en moesten dus ongeveer 18,- euro per uur betalen voor ZIN. De medewerkster die die zorg leverde hield er zelf ongeveer 9,- euro per uur (bruto!) aan over. De helft van de kosten voor ZIN gaat dus op aan bovengenoemde overhead. Als we met een PGB zelf zouden zorgen voor vergelijkbare zorg, zouden we 10,- euro per uur kunnen volstaan. Dit is vele malen goedkoper en de ‘handen aan het bed’ verdienen er zelf ook nog eens meer mee.

Nu ik toch bezig ben, wil ik ook nog wel even in gaan op het gebruiken van het PGB om vrienden of familie te betalen.
Wat vaak vergeten wordt, is dat deze zogenaamde mantelzorg niet iets is wat je er ‘even’ bij doet. Het gaat vaak om chronisch zieke mensen die langdurig zorg nodig hebben. Zorg die ook nog eens niet altijd even eenvoudig is. Denk bijvoorbeeld aan het regelmatig verschonen van iemand die verminderde controle heeft over de spieren. Als je bijvoorbeeld na een operatie tijdelijk extra hulp nodig hebt omdat je bv niet zwaar mag tillen, is dat een ander verhaal. Dan vind ik het geen probleem om een extra beroep te doen op buren of familie. Maar als dat dag-in dag-uit moet, mag daar wat mij betreft best een vergoeding tegenover staan. En dan maakt het mij niet uit of je die vergoeding dan uitbetaalt aan een vreemde of aan een goede bekende!!!

Einstein en het PGB

Einstein en het PGB

Einstein was een genie. Daar zijn we het allemaal over eens. Hij heeft de Relativiteitstheorie uitgevonden en daarnaast een groot aantal andere verstandige uitspraken gedaan. Degene die me tegenwoordig het meest raakt is de volgende:

Vrij vertaald:

Iedereen is een genie. Maar als je een vis beoordeelt naar zijn mogelijkheden om in bomen te klimmen, zal hij zijn hele leven geloven dat ie stom is.

Wat Einstein hier volgens mij mee bedoelt, is dat niet iedereen hetzelfde kan bereiken. Ieder individu heeft zijn of haar eigen kwaliteiten en mogelijkheden. De een heeft bijvoorbeeld een geweldig zangtalent, terwijl een ander heel goed kan hardlopen. Weer een ander heeft zijn of haar talent gevonden als verpleegkundige in een ziekenhuis. Wélk talent iemand heeft, is echter slechts een van de aspecten die hier een rol spelen. Een ander aspect is hóe goed het betreffende talent is. Sommige zangers zijn beter dan andere, niet iedereen kan hard genoeg lopen om mee te kunnen doen aan de Olympische Spelen (en zelfs daar kan er slechts 1 de gouden plak winnen).

Een derde aspect, en minstens zo belangrijk, is de waardering van de maatschappij voor de betreffende talenten. Een goede zanger wordt vaak beter betaald dan een goede verpleegkundige. En dan is het ook nog zo dat er op de wereld ook nog verschillende maatschappijen zijn met verschillende waarderingen voor hetzelfde talent. In Rusland staat een goede verpleegkundige in hoger aanzien dan hier in Nederland. En een (misschien) laatste aspect is in hoeverre iemand met alle andere omstandigheden in staat is om zijn of haar talent te gelde te maken. Kijk naar Ben Saunders, in hoeverre had hij met zijn uiterlijk zijn zangtalent kunnen benutten als er geen “Voice of Holland” was geweest?

Alles goed en wel, maar wat heeft dit alles te maken met het PGB?
Nou, alles dus. Want niet iedereen heeft de mogelijkheden om miljonair te worden. Hoe goed die ook zijn best doet. En onvoldoende talent is dan nog de minst belangrijke. Natuurlijk hoeft niet iedereen miljonair te worden, maar voor een aantal mensen ligt de lat van een redelijke levensstandaard al veel te hoog.

Kijk naar iemand met MS. Dat is een ziekte waarvan op een gegeven moment plotseling kan worden vastgesteld dat je die hebt. Of je die wel of niet krijgt, kun je zelf helemaal niets aan doen. Nou, bij zo’n diagnose valt je toekomstbeeld opeens in duigen. Je lichaam doet het niet meer helemaal zoals je zou willen. Maar de grootste belemmering is wellicht nog wel het gebrek aan energie. Je kunt dan nog zoveel talent hebben, als je dat maar een uurtje per dag kunt inzetten, levert dat niet zo veel op.

Kortom, iedereen heeft zo zijn eigen (on)mogelijkheden om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. En het PGB (zie ook de site van Per Saldo) is destijds dus in het leven geroepen om mensen met een beperking in staat te stellen de regie in eigen hand te houden. Ofwel, het PGB voorkomt dat die mensen dan denken dat ze in bomen moeten kunnen klimmen.

Bij het zoeken naar een plaatje bij de quote van Einstein vond ik een foto van een “Giant Mudskipper”. Ziet er raar uit, een vis die in een boom klimt. Toch schijnt het voor te komen. Het is een vrij zeldzame soort vis die daadwerkelijk in staat is om uit het water te komen en een boom te beklimmen.
Eerst dacht ik: “Bah, daar gaat mijn stelling!”. Maar later dacht ik dat dit juist een geweldig voorbeeld is hoe tegenwoordig de discussie gevoerd wordt. Zodra er namelijk een tegenvoorbeeld gevonden wordt (zoals deze vis), wordt de hele stelling verworpen. Ik hoop dat het met deze stelling duidelijk is dat dat niet altijd op gaat. Ook al is er 1 boomklimmende vissoort, voor de overige miljoenen vissoorten blijft het klimmen in bomen onmogelijk!

Dus ook al zijn er voorbeelden van mensen die het ondanks hun handicap prima voor elkaar hebben, voor de meerderheid geldt dat nog steeds niet!

Validation => Smile

Validation => Smile

Wat een gave korte film! Wat Herman in die parkeergarage doet is zo simpel en misschien juist daardoor ook zo krachtig! Ik werd er tenminste behoorlijk door geroerd. En omdat ik jou deze 16 minuten geluk niet wil onthouden, heb ik de link hier op mijn blog geplaatst. Kijk en geniet!

Lees Meer Lees Meer

Veilige kernenergie!

Veilige kernenergie!

In “De Ingenieur” uitgave 7 van 29 april 2011 kwam ik een interessant artikel tegen over een nieuw type kernenergiecentrale. Helaas is het artikel niet elektronisch beschikbaar, dus probeer ik hier het een en ander te delen. Ik vind het concept namelijk zo innovatief en de moeite waard dat het alle steun verdient die het krijgen kan.

Het principe is gebaseerd op het hergebruiken van bestaand kernafval. Voor een conventionele centrale is dat kernafval niet bruikbaar omdat het te weinig splijtstof bevat. De kernreactie in deze Travelling Wave Reactor (kweekgolfreactor) wordt echter niet alleen gebruikt om stroom op te wekken, maar ook om het bestaande kernafval op te waarderen tot bruikbare kernbrandstof.

Het veilige begint met de kerncentrale zelf. Alle benodigde kernbrandstof wordt verpakt in een gesloten systeem. Gedurende de 60 jaar dat de centrale werkzaam is, hoeft er geen kernbrandstof vervangen of toegevoegd te worden. Alle ‘gevaarlijke’ brandstof blijft dus binnen de beschermende mantel. Als na 60 jaar de brandstof dan toch ‘op’ is, kan men kiezen om de centrale te ontmantelen en op te ruimen of in zijn geheel ‘in te pakken’ zoals dat bij Tsjernobyl gebeurd is of men bij Fukusima van plan is.

De energie productie begint met een start-reactie. Dit is te vergelijken met het proces om een barbecue aan te steken. Deze eerste ‘verbranding’ van de brandstof ‘kweekt’ nieuwe splijtstof. En net als bij de BBQ verloopt het proces dan ‘als vanzelf’: de splijtstof ‘verbrandt’ en ‘kweekt’ op zijn beurt weer nieuwe splijtstof. In de plaatjes is dit duidelijk te zien. Het groen is de nog niet verbruikte brandstof. De kweekgolf wordt gevisualiseerd met het gele randje tussen de groene brandstof en het oranje deel waar de kernsplijting plaatsvindt. Als de gekweekte splijtstof is opgebrand, blijft er opnieuw (ander) kernafval over, het grijze deel. De golven verplaatsen zich met een snelheid van een paar centimeter per jaar. Met de huidige ontwerpen denkt men dan ongeveer 50 tot 60 jaar vooruit te kunnen.

Het hele proces is in meer detail (helaas in het Engels) uitgelegd op Wikipedia. Wel is het zo dat het proces in zichzelf ook veilig is. Als de kweekgolf sneller zou gaan, wordt deze afgeremd doordat de splijtgolf achterblijft en onvoldoende krachtig is om te ‘kweken’. Als de splijtgolf sneller zou gaan, komt deze in een gebied waar nog geen nieuwe splijtstof is gekweekt en dooft deze dus daardoor een beetje uit. De kweek- en splijtgolf houden elkaar in evenwicht.

Het concept is al in 1958 voorgesteld door een Rus, Saveli Feinberg, maar in eerste instantie als technisch onhaalbaar betiteld. Pas sinds kort is met name de reactorvat-technologie zo ver dat gedacht kan worden aan de bouw van een dergelijke kweekgolfreactor (Travelling Wave Reactor). Het idee is opgepakt door de denktank van Bill Gates (Intellectual Ventures) en wordt verder uitgewerkt in een speciaal hiervoor opgericht bedrijf TerraPower.

Hier is een link naar een video van een medewerker van TerraPower. En hier de TED talk van Bill Gates over TWR:

John Boyne – De jongen in de gestreepte pyjama

John Boyne – De jongen in de gestreepte pyjama

De jongen in de gestreepte pyjama“. Wat een indrukwekkend boek…

Een tijdje geleden kreeg ik een bon van de loterij, ik had een prijs gewonnen! Tegenwoordig win ik wel vaker een artikel als prijs. Zo’n (relatief) goedkope prijs is vast een nieuwe manier om de deelnemers te laten zien dat de kans om te winnen best groot is. In ieder geval kon ik in dit geval kiezen uit een drietal boeken. Welke de andere titels waren, weet ik niet meer. Wel leken het me allemaal kinderboeken. En deze leek me dan het minst kinderlijk. Wat ben ik op het verkeerde been gezet zeg!

Het is inderdaad een kinderboek, maar de inhoud is zeker niet kinderachtig. Het verhaal is geschreven vanuit Bruno, een kind van 9. Hij groeit op in Berlijn, samen met zijn ouders en zusje van 12. De schrijver is er enorm goed in geslaagd om de gedachtewereld van een 9-jarige weer te geven. Als lezer krijg je voldoende informatie om je een beeld te vormen van zijn (kleine) beschermde wereld. Zo af en toe wordt er echter ook een hint gegeven naar een grotere wereld, een wereld van de grote mensen die niet zo mooi is.

In het verhaal gaat Bruno op reis, het hele gezin verhuist. Natuurlijk vindt hij dat niet leuk, hij verliest zijn bekende omgeving en zijn drie beste ‘vrienden voor altijd’. Nadat hij zich in eerste instantie verzet, begint hij er toch wat van te maken. Zijn vader geeft namelijk niet zo veel ruimte om te protesteren. Zoals met de titel en de kaft van het boek al gesuggereerd wordt, leert hij een andere jongen kennen. De jongen in de gestreepte pyjama. Hoe het verhaal verder afloopt moet je zelf maar lezen. Ik vond het zo indrukwekkend dat ik je die verrassing niet wil onthouden.

Wat ik je wel wil vertellen is dat ik het jammer vind dat dit boek oorspronkelijk in het Engels is uitgekomen. Ik zou namelijk iedere middelbare scholier willen aanraden om dit boek te lezen. En helaas kan het nu dus niet op je lijst voor de Nederlandse literatuur komen. Aan de andere kant, het is zo goed geschreven dat ik me goed voor kan stellen dat het ook in het Engels goed te lezen is!

Veiligheid of privacy?

Veiligheid of privacy?

Sinds 9/11 zijn overheden bezig om ons, burgers, een gevoel van onveiligheid aan te praten. Om vervolgens allerlei maatregelen te treffen om dat gevoel dan weer te pareren.

De laatste proefballon is gepresenteerd door Korpschef Frank Paauw van de politie Rotterdam-Rijnmond die voorstelt dat alle Nederlanders hun DNA moeten afstaan.

Nu zijn er al verschillende reacties gegeven, bijvoorbeeld door Karin Spaink of, al in 2004, de redactie van Politiek Digitaal.

Naast alle reacties die refereren aan de legaliteit van deze proefballon zou ik ook mijn steentje willen bijdragen.

Beveiliging via biometrie is niet alleen gevaarlijk voor onze persoonlijke vrijheid, het is ook gevaarlijk vanwege de mogelijkheid van identiteitsdiefstal en –fraude. Een DNA-sample kan eenvoudig worden meegenomen en misbruikt door iemand die er kwaad mee wil. Daarnaast, als een wachtwoord gekraakt wordt, kun je dat relatief eenvoudig wijzigen. Met een DNA-profiel is dat onmogelijk, het is immers persoonlijk. Bovendien is het ook relatief eenvoudig om de technische biometrie apparatuur na te maken en te misbruiken. Denk hierbij aan vingerprint- of iris-scanners. Mede door dit soort issues is men zelfs een online petitie gestart, misschien kun je deze nog tekenen.

Kortom, de enige industrie waar dit soort technologie succesvol is toegepast, lijkt de filmwereld in Hollywood. Een voorbeeld van een film die deze identiteitsmisbruik duidelijk maakt is “The Net” waarin Sandra Bullock haar identiteit kwijtraakt. En probeer dan nog maar eens aan te tonen dat je wel degelijk bestaat!

Detailpolitiek

Detailpolitiek

Hoe moet de overheid omgaan met detailpolitiek?

Op Geen Commentaar heeft Chris Aalberts een artikel geplaatst met als titel: Detailpolitiek (10): Kampense homo-intolerantie. Hierin wordt betoogd dat de overheid niet aan detailpolitiek moet doen. Mijn mening is dat de overheid individuele gevallen moet gebruiken om haar beleid te toetsen en eventueel bij te stellen.

In het artikel gaat het om een situatie waarin twee docenten van het christelijke Ichtus College in Kampen tegen leerlingen gezegd zouden hebben dat homoseksualiteit ‘een psychische aandoening is’. Volgens de rector is dit niet de visie van de school, maar toch.

Het artikel gaat verder in op de kamervragen van Ahmed Marcouch (PvdA), die aandacht vraagt voor deze zaak. De auteur betoogt dat dit detailpolitiek is waar de overheid zich verre van zou moeten houden.

Op zich ben ik het eens met de strekking van het artikel. De landelijke politiek hoeft zich niet bezig te houden met individuele gevallen. Tofik Dibi van GroenLinks heeft zich onlangs ook al in dergelijke bewoordingen uitgelaten. Maar wat dan? De boel op zijn beloop laten? Dat zou kunnen als de situatie incidenteel is en niet zo ernstig. In het onderhavige geval denk ik dat aan beide niet voldaan wordt. In de media komen steeds vaker berichten voor die reppen over anti-homo acties. Zelfs geweld tegen homo’s komt voor. Dat is in ons tolerante land toch niet acceptabel. De taak voor de landelijke overheid is hier dus om het huidige beleid te toetsen (dat is volgens mij al op orde) en de uitvoering hiervan te beoordelen. Hier zou nog wat verbeterd kunnen worden, maar dan alleen in de vorm van goede voorlichting. Ook, of juist, op die plaatsen waar dat eigenlijk niet als opportuun beschouwd wordt, zoals in Kampen.

Mijn advies aan Marcouch is dus niet om de zaak op zijn beloop te laten maar om meer aandacht te besteden aan voorlichting die ook aankomt op die school in Kampen. We hebben terecht geen denkpolitie, maar ik zie hier wel een taak voor SIRE

Kwaliteit in de zorg?

Kwaliteit in de zorg?

Vorig jaar is een zorgverzekeraar in opspraak gekomen omdat die alleen nog maar zaken wilde doen met een aantal ziekenhuizen waarvan zij vonden dat alleen die voldoende kwaliteit zouden leveren. Eerst was er commotie over het niet openbaar maken van de lijst met geselecteerde ziekenhuizen. En toen die lijst eenmaal bekend was, vonden de andere ziekenhuizen natuurlijk dat zij ten onrechte ontbraken. Het bleek dat ook hier een poging was gedaan om kwaliteit meetbaar te maken en een van de belangrijkste criteria was het aantal handelingen dat men verrichtte. Het uitgangspunt was dat een arts bekwamer is naarmate hij of zij meer handelingen gedaan zou hebben. Een mooi objectief meetbaar criterium (zie bv de site van NFK). Waar dit echter aan voorbij lijkt te gaan is de wijze waarop die handelingen zijn uitgevoerd. Dit is natuurlijk gedeeltelijk te ondervangen door ook de resultaten mee te nemen, onder andere meetbaar in het aantal herstel-behandelingen.

Wat mij nog niet duidelijk is, is of bovenstaand kwaliteitscriterium nu geldt per instelling of per arts. Wel is er een reactie gekomen van de overheid. Deze wil nu namelijk een eigen kwaliteitssysteem opzetten wat gebruikt kan worden voor alle instellingen en handelingen. Een nobel streven, echter ook weer verkeerd aangepakt.

Maar hoe moet het dan wel?
Nou, laat eens kijken hoe ik het zelf doe als ik op zoek ben naar een arts voor een behandeling. Allereerst natuurlijk naar de huisarts. Dat is al een vertrouwenspersoon omdat die voor bijna alle gezondheidsvragen al het eerste aanspreekpunt hoort te zijn. Als ik dus doorverwezen moet worden naar een specialist, vraag ik aan mijn huisarts of zij een goede referentie heeft. Nu heb ik inderdaad een goede huisarts, dus die komt dan aan met haar beoordeling over de specialisten in onze regio. Omdat ze mij kent, is haar beoordeling ook afgestemd op mijn eigen profiel. Ik heb inmiddels wat medische kennis en ben dus niet geïnteresseerd in een arts die mij zonder enige uitleg alleen maar dicteert hoe en wat ik zou moeten doen. Hoewel die betreffende arts waarschijnlijk voortreffelijk werk zou afleveren als het om mijn vader gaat.

Maar het oordeel van mijn huisarts is dus slechts 1 mening. Daarnaast ga ik ook nog op zoek naar de mening van anderen, liefst mensen die ik ook vertrouw en die ook zelf ervaring hebben met het specialisme waar het om gaat (bv de patiëntenorganisaties zoals de MSVN). En dit is nu waar de overheid zou kunnen helpen. Laat ze een omgeving inrichten die betrouwbaar is en waar mensen hun ervaringen kunnen delen. Bijvoorbeeld in combinatie met het Electronisch Patiënten Dossier (zie ook EPD). Bij ieder bezoek zou een patiënt de mogelijkheid moeten hebben om deze een rapportcijfer te geven. Samen met een stukje verklarende tekst kan op deze manier een prima inzicht ontstaan in de kwaliteit van onze gezondheidszorg.

Get Adobe Flash player