Archief van
Tag: reactie

‘Volkskrant liegt’

‘Volkskrant liegt’


Bladerend door mijn twitterberichten (ofwel, scrollend door mijn timeline), kwam ik bovenstaande tweet tegen met een link naar een artikel op de website van de Volkskrant (‘#Mauro heeft de boel aantoonbaar bedrogen’). Nu heb ik het verhaal van Mauro, net als veel andere Nederlanders, alleen via de media gevolgd. Ik ben dus niet direct op de hoogte van alle details. En deze titel intrigeerde me omdat het een behoorlijk stellige uitspraak is die nogal wat gevolgen zou kunnen hebben.

Ga maar na, als Mauro de boel inderdaad bedrogen zou hebben, dan zou hij daarvoor een straf verdienen. Of dit dan uitzetting zou moeten zijn, is een andere discussie die door de rechter beslist zou moeten worden. Maar feit blijft dat Mauro een, in mijn ogen, strafbaar feit gepleegd zou hebben. Tenminste, dat concludeer ik uit deze tweet. Maar omdat ik persoonlijk geloof in nuancering, ging ik het artikel lezen.

En wat schetst mijn verbazing? De titel is een uitspraak van minister Leers. Sorry, een ‘vermeende’ uitspraak, hij schijnt het nog niet eens zo letterlijk gezegd te hebben. Het wordt echter nog veel erger. Naar aanleiding van geruchten en vermoedens is er een extra onderzoek ingesteld en zijn er aanvullende vragen gesteld. “Het gegeven antwoord was uiteindelijk bevredigend genoeg om alsnog een studievisum aan Mauro toe te kennen.“.

Kortom, er is dus uiteindelijk helemaal geen strafbaar feit gepleegd en Mauro heeft geen straf verdiend noch gekregen. Wel is er inmiddels een beeld geschetst waarbij Mauro wordt zwart gemaakt. Natuurlijk is deze zaak niet zo zwart-wit als we allemaal zouden willen, maar op deze manier populistisch nieuws bedrijven…

Vandaar dat ik deze blog de titel ‘Volkskrant liegt’ heb gegeven. Met deze zin komt de tekst van de titel terug in de tekst van de blog en heb ik er ook een uitleg bij gegeven waar deze vandaan komt. Ik ben benieuwd of dit reacties oproept. Het lijkt er op dat de media tegenwoordig steeds meer prikkelende titels nodig heeft om de gewenste aandacht te krijgen. Dit is natuurlijk niet nieuw, maar als de titel het tegenovergestelde suggereert, gaat mij dat te ver!

Marktwerking in publieke sector

Marktwerking in publieke sector

Marktwerking wordt gezien als de heilige graal als het gaat om het optimaliseren van de bedrijfsvoering. In de zakelijke wereld is dat al decennia gemeengoed. Maar ook in de publieke sector wordt het al jarenlang verheiligd. Persoonlijk denk ik dat de nadelen te weinig aandacht krijgen, vandaar dat ik in deze blog een paar nadelen wil adresseren.

De Groeidoctrine
De eerste is de noodzaak om te groeien. Het is algemeen aanvaard dat een bedrijf alleen succesvol is als het regelmatig voldoende groeit. Maar hoe is dat te rijmen met doelstellingen om te besparen?

De discussie over het PGB heeft me gewezen op deze situatie in de gezondheidszorg. Een van de doelstellingen van het invoeren van het PGB was om de vraag naar ‘reguliere’ zorg te verminderen. Een dusdanig nobel streven dat het PGB nu aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Want wat is het geval? Er wordt inderdaad veel meer persoonlijke zorg zelf georganiseerd, maar de vraag naar reguliere zorg is niet verminderd. Volgens mij komt dat omdat die ‘reguliere’ zorginstellingen door de marktwerking hun eigen groeidoelstellingen ‘moeten’ halen (zie bv VUMC of positionering van scholen). Het wordt voor iedere individuele instelling gezien als ‘verlies’ als hun aanbod zou verminderen. Welke weldenkende directeur zou vrijwillig minder willen verdienen om te besparen op de kosten van ‘zijn’ instelling? Want vaak is zijn of haar inkomen direct gekoppeld aan de omvang van de instelling. Nog zo’n raar gevolg van die zo overgewaardeerde Marktwerking!

De Managementpiramide
Een tweede nadeel van de marktwerking in de publieke sector is, wat ik noem, de managementpyramide. Dit is een gevolg van de schaalgrootte die volgens de marktwerking-goeroes als ultieme bespaarmethode wordt gepropageerd. Natuurlijk is het zo dat je met een grotere inkoop kunt besparen op de kosten van die inkoop. Maar hoe zit het met de managementlagen in de nieuwe organisatie?

Vaak wordt schaalgrootte behaald door een fusie van een aantal instellingen (school, ziekenhuis, verzorghuis, etc). Maar denk je nu echt dat het aantal managers in de nieuwe organisatie minder wordt? Volgens mij is het zo dat de ‘oude’ directeur van iedere individuele instelling behouden blijft als ‘locatiemanager’ van de betreffende instelling. Deze locatiemanager zou misschien iets minder kunnen verdienen dan voorheen als directeur, maar die besparing wordt meer dan teniet gedaan door de aanstelling van de nieuwe managementlaag die nodig is om de coördinatie van de gefuseerde instellingen te managen. En omdat het totaal aantal medewerkers en klanten van de nieuwe organisatie zoveel groter is, schijnt het gerechtvaardigd te zijn om daar grote sommen geld voor te reserveren.

Ik geef meteen toe dat de hierboven genoemde redeneringen gebaseerd zijn op mijn eigen persoonlijke ‘gezonde’ verstand. Maar ik daag iedereen uit om het tegendeel te bewijzen! En ook nog meer nadelen zijn welkom als reactie op deze blog.

Wat mij betreft is de marktwerking in de publieke sector volkomen misplaatst!

Vrijheid: Rechten én Plichten

Vrijheid: Rechten én Plichten

Het is al vaak verteld, iedereen klaagt erover. Bij het recht op vrijheid (krijgen) hoort ook de plicht tot vrijheid (geven). Vandaag maakte ik het weer mee. En nu eens niet bij die “jeugd van tegenwoordig” maar bij, over het algemeen, “gerespecteerde ouderen”.

Wat was het geval. Zoals wel vaker, deed ik op zaterdagochtend boodschappen. Ik hou er al een beetje rekening mee dat ik niet op het drukste moment ga maar als de piek voorbij is. Desondanks zijn er dan toch nog een behoorlijk aantal mensen in de supermarkt. En ik vind dat we dan met zijn allen rekening moeten houden met elkaar. Iemand die niet zo snel is, moet je wat ruimte geven om zijn of haar spulletjes te verzamelen. Aan de andere kant vind ik ook dat je iemand die wat sneller is ook de ruimte moet geven. Op die manier kunnen we met elkaar de boel leefbaar houden.

Dus waar ik me vandaag aan stoorde waren twee ‘ouderen’ die niet zo snel zijn maar het wel wagen om opmerkingen te maken: “Moet je persé voor gaan?”. Kan ik het helpen dat ik wat sneller ben? Ik zat al drie gangpaden ‘vast’ achter die dame die op haar gemak, midden in het gangpad, ook op weg bleek te zijn naar de kassa. “Prima als u alle tijd hebt, ik zou er graag langs willen. En als u links of rechts in het gangpad gaat lopen, kan ik er ‘gewoon’ langs, zonder ‘voor te dringen’.” Maar als ik dat soort opmerkingen maak, vinden ze dat ze “het recht hebben” om langzaam te lopen. Prima, dat recht hebben ze inderdaad, net zoals ik het recht heb om sneller te lopen. En als we rekening houden met elkaar, hoeft dat niet te botsen! Want ik vind dat niemand “het recht heeft” om een ander in zijn of haar vrijheid te beperken. Zeker niet als het, zoals in dit geval, ook niet nodig is.

Kortom: Vrijheid heeft zo zijn grenzen!

Taboe of vrijheid?

Taboe of vrijheid?

Eigenlijk moet ik de gemeenschap dankbaar zijn dat ze de Arondéuslezing van Thomas von der Dunk heeft verboden. Was dat niet gebeurd, dan had ik er waarschijnlijk niet eens van gehoord of gelezen. En dat terwijl de inhoud zo treffend is.

De lezing met als titel “Het nieuwe taboe op de oorlog” schijnt afgelast te zijn omdat de tekst te partijpolitiek van aard zou zijn en de PVV teveel op de hak zou worden genomen. Met deze veroordeling wordt echter meteen bewezen hoe waar de inhoud van de lezing is.

In een vorig jaar uitgegeven boek getiteld “De eeuwige terugkeer van het fascisme“, heeft Rob Riemen eerder al vergelijkingen getrokken tussen de huidige Nederlandse samenleving en de cultuurgeschiedenis van het fascisme. Ook deze uitgave werd enorm bekritiseerd.

Het wezenlijke verschil tussen wat ik van Riemen weet en wat ik in de lezing van Von der Dunk gelezen heb, zit in het onderwerp en de inhoud. Daar waar je nog kritiek kunt hebben op de vergelijkingen van Riemen, bespreekt Von der Dunk het taboe om zelfs maar over dit soort onderwerpen te spreken. En in een tolerant land als het onze, had ik toch beter verwacht. Of je het nu wel of niet eens bent met de inhoud, ik dacht dat we hier de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel hadden staan. Maar zelfs Femke Halsema, toch niet de eerste de beste, veroordeelt de lezing op twitter.

In de lezing van Von der Dunk staat ook een bijzin die echter meer aandacht verdient. Hij zegt namelijk: “ – een vergelij­king is overigens geen gelijk­stelling – “. Ik denk dat veel van de mensen die kritiek leveren, dit genuanceerde onderscheid niet kunnen maken.

In de Volkskrant tenslotte stond de zaterdag voor Pasen nog een interessante opinie van Meindert Fennema: “Alarmbellen gingen vaak niet af“. Als er te vaak vals alarm gegeven wordt, wordt de uiteindelijk terechte waarschuwing niet gehoord.

Ik hoop van ganser harte dat we achteraf kunnen zeggen dat ook deze waarschuwing een vals alarm is geweest, maar vrees het ergste…

Hoofddoekje… Of vertrouwen?

Hoofddoekje… Of vertrouwen?

In de discussie over de hoofddoekjes geeft Nausicaa Marbe er haar geheel eigen draai aan. Het gaat niet om religie of scheiding kerk en staat. Het gaat om het verminderende vertrouwen in de kundigheid en neutraliteit van onze overheid. En eigenlijk ben ik het wel met haar eens.

Daarom wil ik hier mijn ervaring met die onbetrouwbare overheid beschrijven. Op onze bruiloft, zo’n twee jaar geleden, wilden wij arriveren met een helikopter. Dat lijkt exclusiever dan het is hoor. Wij hadden een piloot gevonden waarbij het niet duurder zou zijn dan enig ander mooi trouwvervoer. Helaas lag de gemeente Barneveld dwars…

In de gemeente Barneveld hadden een aantal bewoners geklaagd over overlast van een (ander) bedrijf wat daar in de buurt helikopterrondvluchten aanbood. Welwillende ambtenaren hadden hier op gereageerd door het aantal start- en landingsplaatsen voor helikopters te beperken. En natuurlijk was dat niet in de buurt van de feestlocatie die wij voor onze bruiloft hadden uitgezocht.

Dat die gemeentelijke regel in strijd was met de nationale wetgeving, deerde de gemeente niet. De inwoners waren nu toch weer tevreden. Dus toen wij onze aanvraag om te mogen landen formeel indienden, werd die afgewezen. Gelukkig biedt de wet dan de mogelijkheid om hiertegen in beroep te gaan. Dus hadden we bezwaar aangetekend. En een mooie uitnodiging ontvangen voor een hoorzitting van de gemeente.

Wat schetst onze verbazing toen bleek dat de gemeente vertegenwoordigd werd door dezelfde ambtenaar die de gemeentelijke regeling in eerste instantie bedacht had. Welke ambtenaar gaat nu toegeven dat haar zelfbedachte regels niet deugen? De hoorzitting werd dus een farce. Er werd op geen enkel argument van ons inhoudelijk gereageerd en de gemeente bleef bij de weigering om ons een vergunning te verlenen. Dat wij wel degelijk in ons recht stonden, bleek ruim een jaar later. Door diezelfde piloot werden wij er op gewezen dat anderen een rechtszaak tegen de gemeente hadden gewonnen.

Gelukkig hebben wij onze bruiloft er niet door laten verpesten. De aankomst met een mooie trike was minstens zo indrukwekkend!

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

Hoofddoekje – vrijheid van keuze?

In verschillende stukken wordt inmiddels volop stelling genomen over hoofddoekjes, geloof en staat.

Het begon met de vraag Wat doet God met mijn belastingformulier?
Dit opiniestuk van Thijs Kleinpaste (raadslid voor D66 in Amsterdam Centrum) en Marcel Duyvestijn (liefdevol lid van de PvdA) verscheen maandag 7 maart in De Volkskrant. Daarna zijn er verschillende reacties geweest. Onder andere in Trouw, waar Lex Oomkes het heeft over: “Het eeuwige misverstand over geloof en staat“.

In een interview met dagblad De Pers uitte Tweede Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert van de VVD kritiek over vrouwen met hoofddoekjes. Zij wil dat medewerkers van het stadhuis geen hoofddoekjes of andere religieuze symbolen dragen. Stef Blok, de fractieleider van de VVD, reageerde in een stuk met als titel “ik draai vooral aan de economische knop“. Een veel relevantere uitspraak van hem in datzelfde stuk was echter de volgende: ‘Over het algemeen is kledingkeuze vrij in Nederland, maar de consequenties daarvan ook. Als je in een roze trainingspak bij een bank wilt solliciteren dan mag dat, maar slim is het niet’.

Ofwel, de discussie moet gaan over keuze vrijheid. Bij een van mijn vorige werkgevers gold een strenge dresscode: mannen moesten in pak. Een combinatie was niet toegestaan, broek en jasje moesten uit dezelfde stof bestaan. Onder andere deze duidelijke richtlijn leidde er toe dat dit bedrijf voorkwam in de top-10 van bedrijven waar je niet voor wilde werken. Maar tegelijkertijd ook in de top-10 van bedrijven waar je wel voor wilde werken. Blijkbaar creëerde dit beleid dus een sterk merk, men wist waar men aan toe was. Maar men had ook keuze, als werknemer kon je weliswaar niet kiezen, maar als je je niet wilde conformeren, dan koos je er duidelijk voor om ergens anders te gaan werken. En de klanten van dat bedrijf hadden ook die keuze.

Voor een overheidsinstelling is dat wat lastiger. Als burger ben ik namelijk gedwongen om voor bepaalde diensten bij bepaalde overheidsinstellingen langs te gaan. Hoe kan die keuze dan wel vorm worden gegeven? Ik vind de overheid te groot om voor alle instellingen een strenge dress code voor te schrijven. Het hiervoor beschreven bedrijf is inmiddels gefuseerd, maar had daarvoor de strenge dress code al los gelaten. Als werknemer (ambtenaar) moet je dus een bepaalde keuzevrijheid kunnen hebben in je kledingkeuze (even afgezien van uniformen zoals bij politie of brandweer e.d.). Daar horen wat mij betreft ook religieuze uitingen bij, van welke religie dan ook.

Maar die burger dan? Die heeft toch ook bepaalde rechten? Natuurlijk! Wat mij betreft kan zich dat in die overheidsinstellingen het beste uiten door de klant (de burger) de vrijheid te geven om al dan niet zaken te doen met bepaalde ambtenaren. Als iemand zich niet op zijn gemak voelt bij een vrouw met hoofddoekje, zou die burger door een andere ambtenaar geholpen moeten kunnen worden. Ik vind dit vergelijkbaar met de situatie waarin een vrouwelijke verdachte gefouilleerd wordt door een vrouwelijke agent. Of dat je in een ziekenhuis de vrijheid hebt om zelf te kiezen door welke specialist je geholpen wilt worden. Als religieuze uitingen daar voor jou een rol in spelen, moet je die afweging kunnen maken.

Op deze manier denk ik dat we iedereen in zijn of haar waarde kunnen laten. Als iemand recht heeft op een alternatief vanwege zijn of haar religie, heeft iemand zonder religie dan niet datzelfde recht?

Detailpolitiek

Detailpolitiek

Hoe moet de overheid omgaan met detailpolitiek?

Op Geen Commentaar heeft Chris Aalberts een artikel geplaatst met als titel: Detailpolitiek (10): Kampense homo-intolerantie. Hierin wordt betoogd dat de overheid niet aan detailpolitiek moet doen. Mijn mening is dat de overheid individuele gevallen moet gebruiken om haar beleid te toetsen en eventueel bij te stellen.

In het artikel gaat het om een situatie waarin twee docenten van het christelijke Ichtus College in Kampen tegen leerlingen gezegd zouden hebben dat homoseksualiteit ‘een psychische aandoening is’. Volgens de rector is dit niet de visie van de school, maar toch.

Het artikel gaat verder in op de kamervragen van Ahmed Marcouch (PvdA), die aandacht vraagt voor deze zaak. De auteur betoogt dat dit detailpolitiek is waar de overheid zich verre van zou moeten houden.

Op zich ben ik het eens met de strekking van het artikel. De landelijke politiek hoeft zich niet bezig te houden met individuele gevallen. Tofik Dibi van GroenLinks heeft zich onlangs ook al in dergelijke bewoordingen uitgelaten. Maar wat dan? De boel op zijn beloop laten? Dat zou kunnen als de situatie incidenteel is en niet zo ernstig. In het onderhavige geval denk ik dat aan beide niet voldaan wordt. In de media komen steeds vaker berichten voor die reppen over anti-homo acties. Zelfs geweld tegen homo’s komt voor. Dat is in ons tolerante land toch niet acceptabel. De taak voor de landelijke overheid is hier dus om het huidige beleid te toetsen (dat is volgens mij al op orde) en de uitvoering hiervan te beoordelen. Hier zou nog wat verbeterd kunnen worden, maar dan alleen in de vorm van goede voorlichting. Ook, of juist, op die plaatsen waar dat eigenlijk niet als opportuun beschouwd wordt, zoals in Kampen.

Mijn advies aan Marcouch is dus niet om de zaak op zijn beloop te laten maar om meer aandacht te besteden aan voorlichting die ook aankomt op die school in Kampen. We hebben terecht geen denkpolitie, maar ik zie hier wel een taak voor SIRE

Get Adobe Flash player